|
|
|
"bruidsmeisjes", objecten van M. Schlebusch
in Galerie Veldhunten
foto: Theo Kock
|
TIPJE VAN DE SLUIER IN RETROSPECTIEF SCHLEBUSCH
Al haar beelden raken elementaire gevoelens.
In het werk van Marijke Schlebusch vermoed je onwillekeurig een verhulde betekenis.
Een overzichtexpositie is van haar ingericht in de Gruitpoort Galerie te Doetinchem.
Door MARTIN LACET
Op vierkante zuilen met lood beslagen toonde Marijke Schlebusch (Doetinchem 1946)
achttien jaar geleden, toen nog in de oude Gruitpoort, voor het eerst enkele objecten.
Dat gebeurde in het kader van Nieuw Jaar Nieuw Werk, de kunstmanifestatie die jaarlijks
in de Doetinchemse kunsttempel wordt gehouden voor pas afgestudeerde kunstenaars uit de regio.
Schlebusch deed dat destijds met haar eindexamenwerk voor de AKI te Enschede.
Ze staan nu weer in de Gruitpoort Galerie opgesteld. Kleine beelden van hout, spons,oud ijzer, deels ook readymades zoals een loopmolentje voor een muis maar dan is er wel
een vos in afgebeeld.
Deze beeldjes zijn nog erg object georiënteerd en vormgericht.
Achttien jaar later verschijnt er heel iets anders.
Haar meest recente werk heet in het Duits Fernwärme, twee helmmutsen uit het Russische St. Petersburg zijn op hoge balken geplaatst.Ze staan er zo als wachters bij, daarachter gloeit een lichtje. Warmte uit de verte.
Dit is typerend voor het werk van deze kunstenares uit ’s-Heerenberg. Of het nu om een object gaat, klein of monumentaal, een beeld, een installatie of een ingerichte ruimte, elk werk suggereert wel een statement, soms heel direct, soms raadselachtig of metaforisch en soms ook volkomen ondoorgrondelijk.
Midden in de expositieruimte staat Le Rouge, een object van rood gedrapeerd fluweel, strelend voor het oog én de vingers. Het roept het beeld op van zo’n gespleten poort bij een tempelcomplex op Bali.
Of die twee ‘zuilen’ van zwart fluweel, Le Noir getiteld, ze zien er eerder ongenaakbaar
bijna luguber uit.
Verscheidene beelden verwijzen naar religie en spiritualiteit.
Bij de ingang moet de bezoeker deemoedig door de knieën gaan om al die bidprentjes spiegelend in een rek te mogen aanschouwen.
Kwetsbaarheid is troef in het kleinere werk.
Ontroerend zijn haar Babytorso’s van keramiek, gewikkeld in doekjes: aangrijpend de donkere mummietjes, gemarkeerd met een kruis.
Een schalkse knipoog naar de erotiek schuwt Schlebusch evenmin, maar hier ook altijd weer met een symbolische ondertoon. De Bruidsmeisjes, halve gesluierde bolletjes van Spaans gras wiebelend op koperdraad, ze verbeelden het jonge, prille, nog vol van verwachting, maar voorzien van fopspeentjes doen ze toch onwillekeurig aan vrouwenborstjes denken.
Het retrospectief van achttien jaar kunst van Schlebusch is een bijna contemplatieve tocht door haar oeuvre.
De werken rijgen zich aaneen als een beeldend gedicht. Er is veel te lezen tussen de regels.
Maar bovenal hangt er een gewijde stilte om haar beelden.
Uit: De Gelderlander, vrijdag 10 november 2006
|
|
|